Wereldwijd neemt ongelijkheid toe. Dit is ook zichtbaar in de klas. Kinderen met een lage sociaaleconomische status (SES) of een migratieachtergrond presteren slechter op school dan hun leeftijdsgenoten met een hoge SES of zonder migratieachtergrond, zelfs wanneer ze even competent zijn. Als promovendus zul je de psychologische gevolgen van ongelijke behandeling in de klas onderzoeken.
Wat ga je doen? Leraren proberen deze ongelijkheidskloof vaak te verkleinen door het onderwijs af te stemmen op de behoeften van individuele kinderen (ook wel
within-classroom differentiatie genoemd). Dit kan op twee manieren:
- formele differentiatie, waarbij kinderen worden ingedeeld in verschillende niveaugroepen (bijv. kinderen in laag-niveau groepen krijgen extra instructie, terwijl kinderen in hoog-niveau groepen uitdagendere taken krijgen);
- informele differentiatie, waarbij leraren hun onderwijs aanpassen aan kinderen met verschillende achtergronden, vaak onbewust en onbedoeld (bijvoorbeeld door hogere verwachtingen te stellen of meer complimenten te geven).
Hoewel deze differentiatiepraktijken voordelen kunnen hebben, kunnen ze ook nadelige effecten hebben (kinderen in lage-niveau groepen kunnen bijvoorbeeld een negatief zelfbeeld ontwikkelen). In dit promotieonderzoek bestudeer je de psychologische impact van differentiatiepraktijken op kinderen (6-12 jaar) en of deze onbedoeld kunnen bijdragen aan ongelijke onderwijskansen.
Het overkoepelende onderzoeksproject bestaat uit twee projecten:
- Project 1 vindt plaats in het Kids in Context Lab, onderdeel van de afdeling Ontwikkelingspsychologie van de Universiteit Utrecht. Dit onderzoek richt zich op formele differentiatie, zoals niveaugroepen. Deze vacature is voor dit project.
- Project 2 vindt plaats in KiDLAB, onderdeel van het Research Institute of Child Development and Education aan de Universiteit van Amsterdam. Dit onderzoek richt zich op informele differentiatie (bijv. het stellen van hogere verwachtingen of het geven van meer aanmoediging aan bepaalde kinderen). De vacature voor dit project is te vinden op de website van de Universiteit van Amsterdam.
Hoewel de projecten aan verschillende universiteiten worden uitgevoerd, maken ze deel uit van hetzelfde onderzoeksprogramma en werken de promovendi nauw samen. Naast hun eigen onderzoek zullen ze gezamenlijk een longitudinale studie uitvoeren onder een sociaaleconomisch diverse groep kinderen. Het doel is om te onderzoeken hoe differentiatiepraktijken de interpersoonlijke en intrapersoonlijke ontwikkeling over tijd beïnvloeden.
Beide projecten worden begeleid door
Jellie Sierksma (Universiteit Utrecht) en
Eddie Brummelman (Universiteit van Amsterdam).
Stefanie Nelemans (Universiteit Utrecht) is co-begeleider bij project 1. We zijn een interdisciplinair team dat inzichten combineert uit de ontwikkelings-, onderwijs- en sociale psychologie, evenals verwante disciplines zoals sociologie.
Jouw taken bestaan onder andere uit het volgende:
- Samen met je begeleidende team ontwerp je vernieuwende empirische studies en voer je deze uit.
- Je integreert inzichten uit verschillende disciplines, waaronder ontwikkelingspsychologie, sociale psychologie, onderwijskunde en sociologie.
- Je bent verantwoordelijk voor alle aspecten van dataverzameling (zoals het werven van deelnemers en het uitvoeren van onderzoek op scholen of in het NEMO Science Museum).
- Je past geavanceerde statistische methoden toe om data te verwerken en analyseren (bijvoorbeeld in R Studio, MPlus).
- Je schrijft internationale, peer-reviewed wetenschappelijke artikelen.
- Je presenteert je onderzoek op internationale conferenties voor academici, beleidsmakers en onderwijsexperts.